Home

Des winters als het regent

melodie

Des winters als het regent
Dan zijn de paadjes diep, ja diep
Dan komt dat loze vissertje
Vissen al in het riet
Met zijnen rijfstok, met zijnen strijkstok
Met zijnen lapzak, met zijnen knapzak
Met zijne leere, van dirre dom deere
Met zijne leere leersjes aen !

Dat loze molenarinnetje
Ging in haer deurtjes staen, ja staen
Omdat dat aerdig vissertje
Voorbij haer henen zou gaen
Met zijnen rijfstok, met zijnen strijkstok
Met zijnen lapzak, met zijnen knapzak
Met zijne leere, van dirre dom deere
Met zijne leere leersjes aen !

Wat heb ik jou misdreven
Wat heb ik jou misdaen, ja daen
En dat ik niet met vreden
Voorbij jouw deurtje mag gaen ?
Met mijnen rijfstok, met mijnen strijkstok
Met mijnen lapzak, met mijnen knapzak
Met mijne leere, van dirre dom deere
Met mijne leere leersjes aen !

Gij hebt mij niets misdreven
Gij hebt mij niets misdaen, ja daen
Gij moet mij driemael zoenen
Eer gij van hier moocht gaen
Met uwen rijfstok, met uwen strijkstok
Met uwen lapzak, met uwen knapzak
Met uwe leere, van dirre dom deere
Met uwe leere leersjes aen !

Tekst uit Haarlems liedboek, ca. 1700
Melodie opgetekend in de 19de eeuw